Klimaatpositief

CONO wil betrokken zijn en dichtbij de maatschappij staan. We realiseren ons dat ons handelen een impact heeft op het klimaat. Daarom verbinden we ons als coöperatie aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen die de Verenigde Naties in 2015 hebben vastgesteld. Met het doel om van de wereld een betere plek te maken. CONO zet zich in om al deze CO2 niet alleen naar nul terug te brengen, maar zelfs nog meer te doen. Daarom spreken wij de ambitie uit dat in 2030 onze kaasketen klimaatpositief is, van koeienbek tot winkelrek.

Dit betekent klimaatpositief

Iedereen maakt CO2, de scheikundige naam voor kooldioxide of koolzuurgas. Gewoon al als je ademhaalt: je zuigt zuurstof naar binnen, en blaast CO2 uit. CO2 is een voedingsstof voor planten en onderdeel van onze kringloop. Omdat er meer en sneller wordt uitgestoten dan kan worden afgebroken hangt CO2 als een soort deken om de aarde, en houdt ons warm. Té warm op dit moment. Gelukkig zijn er manieren om de hoeveelheid CO2 te verlagen. Door dingen mínder te doen en ánders te doen. Daarbij kun je ervoor kiezen om meer op te lossen dan alleen je eigen aandeel. En dat is ons plan: als eerste zuivelorganisatie in Nederland met onze kaas klimaatpositief zijn. Daar is samenwerking in de keten voor nodig. Van koeienbek tot winkelrek. In andere woorden: wij gaan meer van het CO2 uit de lucht halen en vastleggen dan we uitstoten. Momenteel is onze kaasmakerij al klimaatneutraal. Klimaatpositief gaat een stap verder. We willen meer broeikasgassen uit de lucht halen dan dat er met het maken van onze kaas in komt. Tien procent om precies te zijn. Zo dragen we eraan bij dat de opwarming van de aarde wordt afgeremd.

Onze reductie initiatieven

Op de boerderij We zijn altijd bezig om onze CO2-uitstoot te verminderen. Onze melkveehouders werken al jaren met het Caring Dairy programma, waarin ze gemeten op 18 indicatoren hun vakmanschap inzetten ten behoeve van dierwelzijn en duurzaamheid. Veel veehouders hebben bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken van hun stallen gelegd en een emissiearme vloer in de stal. Inmiddels komt 50% van de stroom voor onze kaasmakerij bij onze eigen leden vandaan. We gaan natuurlijk voor 100%. We draaien aan veel knoppen tegelijk. Steeds iets minder kunstmest, steeds iets minder krachtvoer, steeds meer eigen geteeld eiwit en aangevuld met voer uit de regio zoals bierborstel. Zo gaat de footprint langzaam (en duurzaam) naar beneden. Verder onderzoeken we in reductiepilots de mogelijkheden van onder andere kringlooplandbouw en carbon farming, dat gaat over CO2 vastleggen in de grond en bomen. Ook kunnen CONO-veehouders klimaatadvies op maat krijgen. Immers, ieder bedrijf is anders.

In de kaasmakerij Voor het maken van kaas maken wij gebruik van de nieuwste en meest zuinige apparatuur gaan wij zij zo efficiënt mogelijk om met het gebruik van warmte, koude en water. Verder zijn er tal van slimme technieken toegepast waarmee we jaarlijks minstens 2% energie en water willen besparen. Dankzij al deze grote en kleine maatregelen heeft de Climate Neutral Group ons in 2020 al het certificaat voor een klimaatneutrale locatie toegekend. Zodra er voor onze kaasmakerij een bewezen innovatie is die bij ons past, haken we aan. Ondertussen blijven we de route om van het gas af te kunnen onderzoeken en gaan we zonnepanelen aanleggen.

Verpakken en vervoer Op het gebied van verpakking en vervoer is er zestig procent minder vrachtwagens van de verpakker naar de distributiecentra, en weer terug nodig. Dankzij de overgang van plastic krat naar kartonnen doos die niet meer retour hoeft. Dat scheelt kilometers met een ‘lege’ laadruimte’. Ook scheelt het water en energie want de kratten hoeven ook niet meer gewassen te worden. Samen met onze vervoerders onderzoeken we duurzame alternatieven van melk- en kaastransport. Er is al een RMO die rijdt op duurzamere lng-brandstof en met schonere motoren.

Voor de ketenstappen kaastransport, kaasrijpen en verpakken wordt momenteel samen met onze dienstverleners in kaart gebracht welk aandeel zij precies hebben in de CO2 footprint van CONO-kaas. Vervolgens wordt er gekeken naar het zo ver mogelijk terugdringen van deze CO2-emissies. Uiteindelijk is de gehele CONO-kaasketen van koeienbek tot winkelrek met behulp van het LCA-model van Blonk Sustainability in kaart gebracht.

Ons doel in een getal: 30 procent reductie

We maken de keten in twee stappen klimaatpositief. Eerst proberen we het eigen aandeel CO2 zo klein mogelijk te maken, en daarin gaan we fors verder dan wat de overheid als doel heeft. Voor wat er overblijft investeren we buiten de keten in maatregelen die CO2 vastleggen. De uitstoot van CO2 wordt gemeten in zogeheten ‘kilo CO2-equivalent per kilo CONO-kaas’. Hiervoor is een objectief rekenmodel gebruikt, namelijk een life cycle analyse van Blonk Sustainability. Dat komt hier op neer: hoe lager, hoe beter. We hebben berekend dat we in 2030 ongeveer 30% kunnen reduceren. Dit doen op vijf gebieden in onze keten ‘van koeienbek tot winkelrek’: Op de boerderij, melktransport, kaasmakerij, kaasrijping, verpakkingen en kaastransport. De bij- en zijstromen zoals room en weipoeder rekenen we niet mee. Fase twee: nog minder dan nul Echt klimaatpositief is de volgende stap in onze verduurzaming. Op het boerenerf onderzoeken we de mogelijkheden van onder andere kringlooplandbouw en carbon farming, dat gaat over CO2 vastleggen onder het grasland en bijvoorbeeld bomen. En zodra er voor onze kaasmakerij een bewezen innovatie is die bij ons past, denk aan biogas, waterstof, geothermie, en warmtenetten, haken we aan. En tot slot kopen we CO2-certificaten van klimaatprojecten. Projecten van ver als dat nodig is, gericht op het aanplanten van nieuwe bomen en het behoud van regenwoud bijvoorbeeld. Maar als het kan kopen we ook CO2-certificaten van onze eigen veehouders.

Duurzame verhalen

Voor CONO Kaasmakers is het klimaatvraagstuk een ketenvraagstuk met de koe als spil: “van koeienbek tot winkelrek.” Dat begint bij het voer voor de koe, gevolgd door maatregelen op de boerderij en in de kaasmakerij, in de distributie en bij de verpakkingen in het winkelschap. We willen al ons vakmanschap inzetten en nieuwe kennis ontwikkelen om onze footprint te verkleinen en CO₂ vast te leggen. Daarbij stellen we blije koeien, blije boeren & blije aarde centraal, dus de koeien blijven buiten grazen en samen met onze veehouders geven we verdere invulling aan onze ambitie. Lees hier de duurzame verhalen.

Van koeienbek tot winkelrek

Wim Betten, Algemeen directeur: “Wij geloven dat de samenwerking tussen landschap, dier en mens ook op klimaatpositieve wijze kan. Wij hebben 120 jaar kennis en ervaring. Als we die daadkrachtig en eensgezind inzetten dan twijfel ik er niet aan dat we onze klimaatambitie kunnen realiseren.”

Klimaatpositief is niet hetzelfde als CO2-vrij. We gaan onze CO2-uitstoot voortdurend verminderen, en de resterende uitstoot compenseren. Bij onze eigen leden veehouders als dat kan, en verder weg als dat nodig is. Op het boerenerf onderzoeken we de mogelijkheden van onder andere kringlooplandbouw en carbon farming, dat gaat over CO2 vastleggen in de grond en bomen. En zodra er voor de kaasmakerij een bewezen innovatie is om van het aardgas af te gaan, haken we aan. Tot slot kopen we dus CO2-certificaten van klimaatprojecten. Projecten gericht op het aanplanten van nieuwe bomen en het behoud van regenwoud bijvoorbeeld. Maar als het kan kopen we ook CO2-certificaten van onze eigen veehouders.