CONO Kaasmakers
Biodiversiteit

Beemster Bijenlint

Melkveehouders werken samen met de natuur. Melkveehouders die actief agrarisch natuur stimuleren doe dat op bijna 30% van hun bedrijfsoppervlakte. De biodiversiteitsprojecten van onze veehouders worden verbonden door het Beemster Bijenlint. Het bijenlint helpt bijen en andere bedreigde insecten genoeg voedsel te vinden. Met het Beemster bijenlint van 20.000 m2 leveren we samen met onze veehouders een positieve bijdrage aan de leefgebieden van vlinders, bijen en andere insecten.

Lees hier het verhaal van CONO melkveehouders Jeanette en Johan, die al vanaf het eerste uur meedoen met het Beemster Bijenlint

Zwaluwen in de schuur

De boerenzwaluw is een bedreigde diersoort. Maar bij veehouder Pieter Jan Groot zijn ze veilig. Ieder jaar broeden daar zo’n twintig paren boerenzwaluwen in de schuren. Als tegenprestatie verlossen ze koeien van veel vliegen en jagen opdringerige spreeuwen weg.

Vissen, vogels en libellen

Door de tijd heen is inmiddels pakweg een halve hectar grond afgekalfd in de tochtsloot die tussen twee percelen van veehouders Piet en Gertruud Beers loopt. Dankzij natuurvriendelijke beschoeiing van gevlochten takken, en het terugstorten van grond tussen de nieuwe beschoeiing en de bestaande oevers is land teruggewonnen. De nieuwe begroeiing betekent voor vissen een rustige plek om hun eitjes te leggen, biedt vogels stengels voor hun nesten, en helpt libellen die via de bladeren het water uitkruipen.

Woelende wormen

CONO-veehouder Peter Helder heeft op de percelen voor ruwvoer een combinatie van gras en rode klaver gezaaid. Rode klaver is een echte eiwitbom voor de koeien die de gezondheid verbetert en de kwaliteit van de melk verhoogt. Bovendien maakt deze plant zelf stikstof aan, waardoor er op dit stuk land geen kunstmest nodig is. Tot slot trekt rode klaver extra veel wormen aan, die de grond mooi los woelen; alles gaat dus beter groeien.

Weidevogels

Met uitgesteld maaibeheer redden onze veehouders een grote variëteit aan broedende en pasgeboren weidevogels. Omdat gras langer blijft staan, kunnen kuikens veiliger opgroeien. Bovendien zijn er dan nog volop insecten voorhanden om de jongen te voeden. Het maaien, eventueel met een luid waarschuwingssignaal, gebeurt vervolgens van binnen naar buiten zodat de kuikens tijd hebben om te vluchten.