Onze historie

De coöperatie

CONO Kaasmakers is in 1901 als coöperatie opgericht door een aantal veehouders uit dorpen in Noord-Holland. Door samen te werken in een coöperatie waren ze niet langer afhankelijk van handelaren. Bovendien konden zij nu meer melk verwerken tot producten die langer houdbaar waren zoals kaas en boter.

Alle melkveehouders in de coöperatie waren als lid ook financieel aansprakelijk. Uit de leden werd een bestuur gekozen dat toezag op het beleid. Toen de coöperatie verder groeide, werd ook een Raad van Commissarissen uit de leden gekozen. In de algemene ledenvergadering konden alle leden meepraten over de gang van zaken. En dat gaat nu nog precies zo! De leden zijn dus nog steeds de baas.

Terug in de tijd

In deze rubriek gaan we terug naar het begin. Naar het moment waarop melkveehouders de handen ineensloegen, omdat samenwerken sterker voelde dan alleen verder gaan. Zo ontstond CONO: een coöperatie gebouwd op vertrouwen, vakmanschap en een eerlijke melkprijs als basis voor de lekkerste kaas.

Die keuze voor samenwerking bleek geen tijdelijke oplossing. Al 125 jaar lang vormen melkveehouders, melkrijders en kaasmakers samen een mooi rond verhaal. Ieder met een eigen rol, allemaal even belangrijk. Tradities worden gekoesterd en kennis wordt van generatie op generatie doorgegeven. Tegelijkertijd heeft de tijd niet stilgestaan. Het werk op de boerderij veranderde, het vervoer werd slimmer en het kaasmaken ging mee met nieuwe inzichten en technieken.

Terug in de tijd laat zien waar we vandaan komen én waarom we vandaag nog steeds zo sterk staan.

Terug in de tijd: van boerderij tot zoetfabriek

Een Beemster verhaal over melk, mensen en samenwerken

Wie het ontstaan van onze zoetfabriek wil begrijpen, moet terug naar het begin van de twintigste eeuw. Naar het dagelijkse leven op de boerderijen in Noord-Holland. De melkveehouderij was in die jaren kleinschalig, arbeidsintensief en sterk verbonden met het ritme van de seizoenen. Melken gebeurde met de hand. Acht tot tien koeien per uur gold als een goed tempo. De dag begon vroeg en eindigde laat.

Veel boerderijen waren gemengde bedrijven. Naast koeien werd akkerbouw bedreven of ander vee gehouden. Die veelzijdigheid maakte het bedrijf weerbaar, al vroeg het ook veel van de mensen die er werkten. Alles draaide op spierkracht, vakmanschap en kennis die van generatie op generatie werd doorgegeven.

De Noord-Hollandse koe

De Noord-Hollandse koe was in deze periode een begrip. Ze stond bekend om haar melkproductie en kwaliteit. Zo bekend zelfs, dat ze werd geëxporteerd. Dat gaf trots, al bracht het later ook nieuwe uitdagingen. In andere landen, met name in de Verenigde Staten, werd al gewerkt met gerichtere methoden en grotere efficiëntie. Dat zorgde op termijn voor concurrentie en zette de traditionele markt onder druk.

Rond 1900 was die verandering nog vooral een voorgevoel. De melkveehouderij was lokaal georganiseerd en sterk gericht op eigen kracht. Toch begon langzaam duidelijk te worden dat stilstand geen optie was.

Melk onderweg

De melk werd ’s avonds gemolken en moest snel worden verwerkt. Koeling stond nog in de kinderschoenen. Het vervoer gebeurde eerst met handkarren en later met hondenkarren. Zware wagens, voortgetrokken over dijken en smalle wegen, vaak in het donker. Het beeld van mannen die zich met vastberaden tred een weg baanden door de polder hoort bij deze tijd.

Om de melk te verwerken ontstonden kleine fabrieken, ook wel kazerijen genoemd. Vaak opgericht door aandeelhouders die tegelijk melkleverancier waren. Soms had het gebouw zelfs een dubbele functie. Overdag werd er gewerkt, ’s avonds vergaderd. In de Beemster en omgeving ontstonden bekende namen als De Hoop, Wilhelmina, De Unie, Arcadia en De Volharding. Ook in Middelie en Neck werd melk verwerkt.

Het systeem functioneerde, al voelde het voor veel melkveehouders niet volledig in balans.

De wens om het samen te doen

De melk werd opgehaald, verwerkt en verkocht. De invloed van de melkveehouder bleef beperkt. De melkprijs werd vastgesteld door anderen. Zeker in een tijd waarin het werk zwaar bleef en de onzekerheid toenam, begon dat te wringen.

Rond 1928 werden de gesprekken serieuzer. Niet aan lange tafels met dikke dossiers, wel aan keukentafels, in schuren en na vergaderingen. De vraag was eenvoudig en tegelijk veelzeggend:
Wat gebeurt er als we het samen doen?

Het idee van een zoetfabriek kreeg vorm. Een fabriek van de melkveehouders zelf. Georganiseerd als coöperatie. Samen eigenaar. Samen verantwoordelijk. Samen beslissen over de toekomst van de melk.

Van idee naar organisatie

In 1929 volgden de eerste bijeenkomsten. De belangstelling was groot. Er werd gesproken over risico’s, over eerdere initiatieven elders die niet altijd succesvol waren en over de spanning die hoort bij investeren. Tegelijkertijd groeide het vertrouwen. De tijd leek rijp.

Mensen als N. van Baar, G. Hoorn, P. Otjes, J. Klaver, C. van Diepen, H. Akkerman en K. de Boer namen het voortouw. Niet vanuit persoonlijk belang, wel vanuit verantwoordelijkheid voor de groep. Zij gaven richting aan de gesprekken en brachten structuur aan.

De keuze voor een coöperatie voelde logisch. Dat betekende heldere afspraken, transparantie en betrokkenheid. Statuten werden opgesteld. Een huishoudelijk reglement werd besproken, aangepast en vastgesteld. Alles met aandacht voor zorgvuldigheid en draagvlak.

Een plek om te bouwen

De locatiekeuze kreeg veel aandacht. Bodemgesteldheid, bereikbaarheid en ruimte voor uitbreiding telden zwaar mee. Uiteindelijk werd een terrein in de Beemster gekozen dat niet alleen voldeed aan de eisen van dat moment, ook ruimte bood voor de toekomst.

Er kwam een bouwcommissie. Offertes werden opgevraagd. Deskundigen geraadpleegd. Tijdens een bespreking over transport merkte iemand op dat hondenkarren hun beste tijd hadden gehad. Er werd gelachen. Iedereen wist dat het klopte.

De bouw startte in het voorjaar van 1929. Bestuursleden bezochten regelmatig de bouwplaats. Soms in pak, soms met opgestroopte mouwen. Machines werden besteld. De inrichting werd doordacht opgezet, met oog voor kwaliteit, efficiëntie en betrouwbaarheid.

Van spierkracht naar samenkracht

De eerste proefdraaiingen in de zomer van 1929 brachten spanning én opluchting. Kleine aanpassingen bleken nodig. Dat hoorde erbij. Al snel liep de productie zoals gehoopt. De eerste melk van de leden werd verwerkt. De kwaliteit voldeed aan de verwachtingen.

De zoetfabriek werd meer dan een gebouw met machines. Het werd een antwoord op veranderende tijden. Een plek waar traditie en vernieuwing samenkwamen. De handmelkende boerderij en de moderne fabriek vonden elkaar in samenwerking.

Terugkijkend was de oprichting geen sprong in het diepe. Het was een logisch gevolg van nuchter nadenken, samen besluiten en durven doen. Precies zoals het past bij de Beemster. En bij CONO Kaasmakers

De kaasmakerij

In Noord-Holland waren diverse kleine zuivelcoöperaties al in het begin van de 20e eeuw actief. In 1947 besloten drie Noord-Hollandse kaasfabrieken samen te werken; Concordia uit Oudendijk, Ons Belang uit Middelie en De Tijd uit de Beemster. Zij vormden samen de coöperatie ‘De Combinatie’. Daarna kwam Neerlandia uit Stompetoren erbij. Sinds 1991 werkt CONO Kaasmakers ook samen met de coöperatie CFM De Vechtstreek. Door deze samenwerking produceerde CONO Kaasmakers kaas, boter, melk- en weipoeder op locaties in Beemster, Ommen en Stompetoren.

De fabriek in Ommen is in 1996 zelfstandig geworden onder de naam Hyproca Dairy. In 1997 is met een juridische fusie de coöperatie Ommen de Vechtstreek opgegaan in CONO Kaasmakers. De melk van de leden in Ommen gaat voor het grootste deel naar ijsfabriek in Hellendoorn voor het ijs van Ben & Jerry’s in Europa.

In de Beemsterpolder, midden tussen de koeien, staat kaasmakerij ‘De Tijd’ waar de kaas nog net zo wordt gemaakt als 100 jaar geleden. De afgelopen 15 jaar heeft CONO Kaasmakers haar leden de hoogste melkprijs kunnen uitbetalen en ter ere van haar 100-jarig bestaan in 2001 is CONO Kaasmakers Hofleverancier bij Koninklijke beschikking geworden. De Beemsterpolder is als unieke regio in 1999 uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. In november 2014 is de nieuwe duurzame kaasmakerij in de Beemster geopend door HKH Máxima.